Wanneer september meer is dan een nieuwe boekentas
Voor veel gezinnen is september gewoon terug in het ritme komen. In een zorggezin begint een nieuw schooljaar vaak weken eerder, met afstemmen, hulpmiddelen, vertrouwen en soms ook verdriet. Over vakantie, brussen, braille en levend verlies tussen de schoolspullen.
De zomervakantie loopt stilaan op haar einde. En overal begint het weer. Reclame voor boekentassen. Nieuwe brooddozen. Pennenzakken die absoluut bij de boekentas moeten passen. Kinderen die beginnen aftellen naar hun nieuwe juf of meester. Ouders die stiekem misschien ook een klein beetje aftellen naar het moment waarop er opnieuw wat structuur in de dagen komt.
“Bijna terug naar school.” Voor veel gezinnen betekent dat vooral terug in het ritme komen. Maar in een zorggezin? Daar zit soms een hele wereld achter die vier woorden.
Want voor zorgouders begint een nieuw schooljaar vaak lang vóór 1 september. En eigenlijk begint het verhaal ook niet bij september. Het begint bij die acht weken die eraan voorafgaan.
Vakantie is niet voor iedereen vakantie
Begrijp me niet verkeerd: ik hou van vakantie. Geen wekker. Geen brooddozen. Geen haastige ochtenden waarbij iemand zijn schoen of bril kwijt is terwijl we vijf minuten geleden eigenlijk al hadden moeten vertrekken. Heerlijk.
Maar vakantie betekent ook dat de structuur waarop je gezin maandenlang heeft gedraaid plots wegvalt. En wanneer je een kind hebt dat extra zorg nodig heeft, kan dat behoorlijk wat teweegbrengen. De voorspelbaarheid van school valt weg. Begeleidingen lopen anders. Therapieën worden onderbroken of moeten rond vakanties gepland worden. Opvang vinden is niet altijd vanzelfsprekend.
Een gewoon vakantiekampje? Misschien. Maar is er voldoende begeleiding? Is de omgeving aangepast? Begrijpen ze wat je kind nodig heeft? Kan je kind mee met de activiteiten? Wie helpt wanneer iets niet lukt? Wat als er medicatie nodig is? Wat als je kind sneller overprikkeld raakt? Wat als je kind niet zelfstandig kan wat van andere kinderen van dezelfde leeftijd verwacht wordt?
Voor je het weet ben je niet gewoon een leuke vakantie aan het plannen. Je bent opnieuw aan het organiseren. Bellen. Mailen. Uitleggen. Afwegen. En vooral heel veel vooruitdenken. Want spontaniteit is fantastisch. Tot spontaniteit niet meer zo vanzelfsprekend is.
“We gaan gewoon op vakantie”
Ook op reis gaan klinkt soms eenvoudiger dan het is. Je kiest een bestemming, boekt iets leuks en vertrekt. Toch?
In een zorggezin kan daar een hele checklist achter zitten die niemand ziet. Is de accommodatie toegankelijk? Is er voldoende rust? Hoe ver is het dichtstbijzijnde ziekenhuis? Kunnen de hulpmiddelen mee? Wat moet er absoluut in de auto? Welke medicatie hebben we nodig? Wat als er iets gebeurt? Welke activiteiten kunnen we ter plaatse doen waar iedereen iets aan heeft?

En dan heb je nog broers en zussen. Want zij hebben óók vakantie. Zij willen misschien naar dat pretpark. Dat zwembad. Die speeltuin. Dat avonturenparcours.
En als ouder probeer je voortdurend die evenwichtsoefening te maken. Wat heeft mijn zorgenkind nodig? Wat hebben mijn andere kinderen nodig? Wat kunnen we als gezin aan?
En ergens daartussen probeer je zelf ook nog een beetje vakantie te hebben. Soms lukt dat fantastisch. Soms kom je thuis en denk je dat je eigenlijk vakantie nodig hebt van je vakantie.
En dan zijn er de brussen
Over broers en zussen van zorgkinderen wordt naar mijn gevoel nog altijd veel te weinig gesproken.
Brussen passen zich vaak mee aan. Niet omdat iemand hen dat expliciet vraagt. Maar omdat het leven nu eenmaal zo loopt. Ze wachten wanneer een broer of zus meer tijd nodig heeft. Ze gaan mee naar afspraken. Ze horen gesprekken waarvan ze misschien maar de helft begrijpen. Ze merken dat bepaalde uitstappen anders verlopen. Ze voelen wanneer mama of papa gespannen is. En ze leren vaak ontzettend vroeg rekening houden met iemand anders.

Dat kan iets heel moois zijn. Maar het mag niet betekenen dat we vergeten dat zij óók gewoon kind zijn.
Ook zij mogen eens zeggen: “Ik vind dit stom.” Ook zij mogen teleurgesteld zijn wanneer iets niet kan. Ook zij mogen aandacht vragen. Ook zij mogen even helemaal geen begrip hebben voor hun broer of zus. Dat maakt hen geen slechte broer of zus. Dat maakt hen kinderen.
En plots staat september voor de deur
Net wanneer je eindelijk een soort vakantie ritme hebt gevonden, begint het volgende. School.
Een nieuw schooljaar klinkt vrolijk. Een nieuwe klas. Nieuwe boeken. Nieuwe leerstof. Misschien een nieuwe juf of meester. Maar voor zorgouders kan een nieuw schooljaar opnieuw een periode van spanning zijn. Want verandering betekent opnieuw afstemmen.
Weet de nieuwe leerkracht voldoende? Zijn alle afspraken goed doorgegeven? Zijn de hulpmiddelen aanwezig? Wat werkte vorig jaar? Wat werkte absoluut niet? Moeten we opnieuw uitleggen wat ons kind nodig heeft? Zal hij mee kunnen? Zal zij zich goed voelen? Zal mijn kind gezien worden als kind, en niet alleen als zijn diagnose of beperking?
Dat laatste vind ik misschien nog één van de belangrijkste.
Bij ons heet dat bijvoorbeeld: braille
Bij Seth ziet een schooljaar er nu eenmaal anders uit. Hij is slechtziend en dat betekent dat september niet simpelweg neerkomt op: boekentas kopen, schriftjes kaften en klaar. Er zijn extra hulpmiddelen. Er is braille. Er zijn aanpassingen. Er moet nagedacht worden over hoe leerstof aangeboden wordt en wat voor hem toegankelijk is.
Dingen waar andere ouders misschien niet eens bij stilstaan, worden plots vragen. Kan hij dit materiaal gebruiken? Is het voldoende aangepast? Kan hij volgen wanneer iets aan het bord wordt getoond? Hoe krijgt hij toegang tot dezelfde informatie als zijn klasgenoten? Welke hulpmiddelen heeft hij nodig? Hoe zorgen we ervoor dat hij geholpen wordt waar nodig, zonder dat alles voor hem wordt overgenomen?
Want ook dat is belangrijk. Ik wil dat Seth ondersteuning krijgt. Natuurlijk. Maar ik wil vooral dat hij alle kansen krijgt. Dat hij kan proberen. Dat hij kan ontdekken waar hij goed in is. Dat mensen niet op voorhand beslissen wat hij wel of niet zal kunnen omdat hij het niet ziet.

En dus begint een nieuw schooljaar voor ons niet alleen met nieuwe schoenen en een boekentas. Het begint ook met vertrouwen. Veel vertrouwen. Je geeft je kind opnieuw uit handen aan mensen van wie je hoopt dat ze hem zullen zien zoals jij hem ziet.
Niet alleen als het kind dat braille nodig heeft. Niet alleen als het kind waarvoor aanpassingen nodig zijn. Maar als Seth. Met zijn humor. Zijn koppigheid. Zijn nieuwsgierigheid. Zijn goesting om mee te doen. Met al zijn stuiterbal-energie. En ja, ook met alles wat soms moeilijker loopt.
Soms zit levend verlies gewoon tussen de schoolspullen
Ik schreef eerder al over levend verlies. Over die duizend kleine afscheidjes die onderweg kunnen komen wanneer het leven anders loopt dan je ooit had verwacht.
Een nieuw schooljaar kan zo’n moment zijn waarop dat verlies plots weer even naast je komt staan. Niet noodzakelijk omdat er iets fout gaat. Dat is het verraderlijke eraan. Soms gaat alles zelfs goed.
Maar je ziet andere kinderen zelfstandig hun klas binnenlopen en voelt iets. Je hoort een ouder praten over een hobby na school en denkt even aan wat bij jullie praktisch niet haalbaar is. Je ziet de lijst met leerdoelen en vraagt je af hoe jouw kind die zal bereiken.
Je bent trots op alles wat je kind kan. En tegelijkertijd voel je even verdriet om alles wat zoveel meer moeite kost. Die gevoelens kunnen naast elkaar bestaan.
Ik denk dat we daar nog veel meer over mogen praten. Je hoeft niet te kiezen tussen: “Wat ben ik trots.” en “Wat vind ik dit soms moeilijk.” Je mag het allebei voelen.
Zorgouders worden opnieuw projectmanager
Bij de start van het schooljaar komen ook de praktische dingen weer op gang. School. Opvang. Therapie. Doktersafspraken. Logopedie. Kinesitherapie. Begeleiding. Huiswerk. Hobby’s. Eventuele ziekenhuiscontroles. En ergens moet dat allemaal in één week passen.
Soms denk ik dat zorgouders naast mama of papa automatisch nog een extra functietitel krijgen. Projectmanager.
Je beheert agenda’s waar een gemiddeld bedrijf zenuwachtig van zou worden. Je stuurt mails. Je volgt verslagen op. Je zorgt dat informatie van de ene persoon tot bij de andere geraakt. Je denkt drie weken vooruit. En wanneer alles eindelijk ingepland staat, wordt er ergens één afspraak verplaatst en mag je opnieuw beginnen puzzelen.
Van buitenaf lijkt het misschien alsof september gewoon september is. Maar in je hoofd staan er ondertussen 36 tabbladen open. En uit minstens drie daarvan komt muziek, alleen weet je niet welke.
Ook voor brussen begint er opnieuw iets
En terwijl alle aandacht gemakkelijk naar het zorgkind gaat, start ook voor broer of zus een nieuw schooljaar. Een nieuwe leerkracht. Nieuwe verwachtingen. Misschien nieuwe vriendjes. Nieuwe onzekerheden.
Ook zij kunnen spanning voelen. En soms dragen ze bovendien dingen mee van thuis. Misschien maken ze zich zorgen om hun broer of zus. Misschien voelen ze dat mama en papa veel bezig zijn met de schoolstart van hun zorgenkind. Misschien willen ze juist helemaal niet dat er op school over thuis gepraat wordt. Misschien willen ze één plek waar ze niet “de broer van” of “de zus van” zijn. Gewoon zichzelf.
Dat verdient aandacht. Niet vanuit schuldgevoel. Wel omdat ieder kind in een zorggezin zijn eigen verhaal heeft.
Misschien hoeft september niet perfect te beginnen
We willen zo graag dat alles geregeld is. Dat iedereen goed start. Dat de hulpmiddelen klaarliggen. Dat de leerkracht alles begrijpt. Dat onze kinderen zich goed voelen. Dat de opvang geregeld is. Dat het weekschema klopt. Dat we niets vergeten zijn.
Maar misschien mag het ook een beetje zoeken zijn. Voor onze kinderen. Voor hun leerkrachten. Voor brussen. En voor onszelf.
Een nieuw schooljaar hoeft niet vanaf dag één perfect te lopen om uiteindelijk goed te kunnen worden. We mogen vragen stellen. We mogen opnieuw uitleg geven. We mogen aangeven wanneer iets niet werkt. We mogen hulp vragen. En we mogen ook toegeven dat het ons soms raakt.
Want achter al die praktische regelingen zit vaak iets veel zachters. Een ouder die gewoon ontzettend graag wil dat zijn kind goed terechtkomt.
Dus aan de zorgouder die nu alweer aan het plannen is…
Aan de mama die tijdens de vakantie al mails stuurde om september geregeld te krijgen. Aan de papa die zich afvraagt of de nieuwe leerkracht zijn kind echt zal begrijpen. Aan de ouder die opvang probeert te combineren met therapie en werk. Aan degene die opgelucht is dat de vaste structuur straks terugkomt én tegelijkertijd zenuwachtig wordt van alles wat een nieuw schooljaar met zich meebrengt.
Aan de ouder die trots is. Maar ook bang. Hoopvol. Maar ook moe. Je gevoelens hoeven niet netjes in één vakje te passen.
En aan de brussen die deze zomer alweer vaker hebben moeten aanpassen, wachten of rekening houden: Jullie verhaal telt ook.
Misschien is dat wat ik bij de start van dit nieuwe schooljaar vooral wil meegeven. Een zorggezin hoeft niet altijd méér zijn best te doen om alles te laten lijken op een “gewoon” gezin. Soms mogen we gewoon erkennen dat sommige dingen voor ons meer voorbereiding vragen. Meer energie. Meer overleg. Meer loslaten. En soms ook meer verdriet.
Dat betekent niet dat er minder geluk is. Integendeel. Misschien leren we net heel intens genieten van de momenten waarop het wél lukt. Van een kind dat iets kan waarvan ooit gedacht werd dat het misschien niet zou kunnen. Van een broer of zus die zijn eigen plek vindt. Van een leerkracht die niet alleen vraagt: “Wat kan hij niet?”, maar vooral: “Wat heeft hij nodig om mee te kunnen?” Van een eerste schooldag waarop je je kind ziet vertrekken en denkt: Kijk hem daar nu staan.
Trots en verdriet. Spanning en vertrouwen. Loslaten en toch nog een klein beetje vasthouden. Het mag allemaal naast elkaar bestaan.
Want voor sommige gezinnen is september niet gewoon het einde van de vakantie. Het is opnieuw aanpassen. Opnieuw vertrouwen. Opnieuw loslaten. En opnieuw beginnen.
Denken jullie hier eens aan wanneer alle ‘Back to school’ foto’s van aan de voordeur worden gepost op instagram?
Herken je jezelf hierin?
Bij Vertroosten begeleid ik zorgouders en brussen die nood hebben aan een plek waar het even niet over alle praktische regelingen, diagnoses, afspraken en verwachtingen hoeft te gaan. Een plek waar het over jou mag gaan. Over wat jij draagt. Over levend verlies, overbelasting, verdriet, schuldgevoel, boosheid, maar ook over liefde, veerkracht en opnieuw zoeken naar wat wél kan.
Want wanneer iedereen naar je kind kijkt, kijk ik ook naar jou.
Meer informatie vind je via vertroosten.be.