Van maagsonde naar frietjes: ons eettraject met Seth
Toen Seth 6 maanden oud was, werd hij enorm ziek. Zo ziek dat hij opgenomen werd in het ziekenhuis en zijn lichaam eigenlijk ophield met alle normale functies. Zo begon een traject dat vijf jaar zou duren.
Door Jolien
Toen Seth zes maanden oud was, werd hij heel ziek. Zo ziek dat zijn lichaam alles wat niet strikt noodzakelijk was, liet vallen. Alle energie ging naar overleven. Naar beter worden. En eten? Dat verdween. Hij kreeg een maagsonde via zijn neus. Wat begon als iets tijdelijks, werd een traject van vijf jaar.

Kinderen die rond zes maanden niet leren eten, missen een cruciaal moment. Dat wisten we toen nog niet zo goed, maar we voelden het al snel. Wat voor andere baby's vanzelfsprekend was, bleek voor Seth een berg.
Die sonde was zijn levenslijn. Een wonderlijk ding, eigenlijk. Ze hield hem in leven, maar nam tegelijk iets weg. Zolang de sonde bleef, zou zijn lichaam nooit leren wat honger was. Maar tegelijk was ze zijn veiligheid. Hij hield ze vast alsof het een knuffel was. En ergens was dat ook zo.
Op goede dagen in het ziekenhuis bleef ik patatjes aanbieden. Niet omdat het lukte want dat deed het zelden, maar omdat hij ze moest blijven herkennen. Wat ik toen nog niet wist, maar later zo vaak zou zien: herkenning is veiligheid.

Zes maanden later mochten we naar huis. Een logopediste kwam elke week langs. We deden oefeningen, probeerden, herhaalden. Maar grote sprongen bleven uit. Seth hield niet van vieze handen. Alles wat plakte, kriebelde of nat was, vond hij verschrikkelijk. Dus begonnen we daar. Met plasticine. Met kinetisch zand. Met water. Met waterverf. Hij vond niets leuk. Maar we bleven het aanbieden. Kort. Samen. Vaak met zijn tweelingzus Skyler-Lily erbij, die wél enthousiast was. En langzaam groeide hij erin.
Aan zijn mond mocht niets komen. Een veeg yoghurt, een kruimel – paniek. Alles moest meteen proper. Toch zetten we hem bij elke maaltijd mee aan tafel, in zijn Tripp Trapp. Ook als zijn sondevoeding liep. Hij keek. En kijken is ook leren.

We oefenden met drinken. Tuitbekers, rietjes, water. Zuigen moest hij opnieuw leren. Water vond hij lekker, en dus werden we creatief. We maakten van zijn sonde darm een soort rietje. Met een gaatje in de speen van een papfles dronk hij, na maanden oefenen, zijn voeding.

En toen kwam onze eerste grote overwinning: de sonde mocht uit zijn neusje. Hij nam genoeg voeding op. Ik huilde. Van opluchting. Van uitputting. Van trots.

Bij elke maaltijd legde ik eten bij hem. Wat wij ook aten. Hij keek ernaar met afgrijzen, maar hij raakte het niet aan. Behalve die ene uitzondering: patatjes uit een potje. Olvarit. Die kende hij. Uit het ziekenhuis. Niet van iedereen. Maar van mama, die gingen erin.
Wat we leerden: blijven aanbieden. Dag na dag. Week na week. Zonder druk. Zonder verwachtingen. Maar wel met hoop. (Wat zeker niet elke dag even a la gentle parenting gebeurde)

Toen hij naar school mocht, lag ik wakker. Hoe zou dat gaan? Hij kon geen hele dag zonder eten, en ik kon er niet bij zijn. Dus gingen de patatjes mee. Via Familiehulp vonden we Sarah. Elke schooldag kwam ze langs om Seth eten te geven. In het begin lukte het nauwelijks. Hij vertrouwde haar niet. Maar Sarah bleef. Middag na middag. En langzaam groeide dat vertrouwen. Tot ook zij hem patatjes kon geven.
We moesten verder. Fruit moest erbij. Banaan werd geplet, maar motorisch had hij een achterstand. Zelf opscheppen lukte niet. En geplette banaan ging niet mee naar school.
Ik denk dat we alle knijpzakjes van België hebben geprobeerd. Ella's Kitchen werd favoriet. Zó favoriet dat hij er vijf na elkaar leegkneep. Financieel niet houdbaar, maar gelukkig redde het huismerk van Colruyt ons. Drie smaken. Zelfde verpakking. Alleen de dopjes verschilden van kleur. Elke maand had hij een andere voorkeur. Waarom? Geen idee. En soms hoeft er ook geen logica te zijn.
We liepen vast. De logopediste bleef komen, maar richting vast voedsel gebeurde er weinig. Dus besloten we alleen verder te gaan.
Het keerpunt kwam op vakantie. Frietjes stonden op het menu. Seth nam er eentje. Gaf het, zoals hij geleerd had, eerst een kusje. Onderzocht het met zijn altijd zo propere handjes. En plots… zat het tussen zijn tanden.
Ik keek naar Yannick en Meter. Yannick keek naar mij en Meter. En samen keken we naar onze dappere strijder. We zeiden niets. Bang om het moment te breken.
Zijn liefde voor veilig, beige eten was geboren. Frietjes. Kippennuggets. Puree. Waarom dat ineens lukte? We waren toen zelf niet de meest gezonde eters. Terwijl hij 's avonds bij papa zat, nachtuil dat hij was, zag hij ons snacken. En zo werden frietjes zijn lievelingseten.
Zijn we daar trots op? Ja. Want het kind eet.

Wat niemand zag, de avonden. Elke avond aan tafel. Elke avond proberen. Verse patatjes in plaats van potjes. Iets nieuws. Iets anders. En vaak: ruzie, tranen, schreeuwen, braken,…
Ik wou zo graag gewoon samen zitten. Met Yannick. Met mijn twee kindjes. Een 'normaal' gezin zijn. Maar alle aandacht ging naar Seth. Het kokhalzen. Het overgeven. Het weigeren. Zijn tranen. Die van mij.
En daar zat Skyler-Lily. Elke avond. Ze deed zo hard haar best. Ook zij wou geholpen worden. Ook zij wou eens het middelpunt zijn. Maar dat kon niet altijd. De emotionele ruimte was er niet altijd. En dat doet nog steeds pijn om te zeggen.
Want dit is wat mensen niet zien in een gezin met een zorgenkind: er is vaak ook een broer of zus die leert wachten. Die zichzelf wegcijfert. Die te snel groot wordt. We noemen hen brussen. En ze verdienen gezien te worden.

Skyler-Lily, als je dit ooit leest: het spijt me voor de momenten dat ik er niet genoeg kon zijn. En ik ben zo ongelooflijk trots op wie je bent.

En dan is er nog de buitenwereld. Restaurantbezoeken. Kinderfeestjes. Logistieke puzzels. Wat eten ze daar? Moeten we iets meegeven? Moeten we bellen? Wat als hij niets eet? Wat als hij honger heeft en wij er niet zijn?
Elke uitstap vroeg voorbereiding. Terwijl andere ouders gewoon… gingen. Die mentale last, het altijd moeten vooruit denken, het slijt. Maar maakt ook moe op een manier die niemand ziet.

Thuis bouwden we verder. Cracotten. Droog. Krokant. Eerst vasthouden. Dan een kusje. Misschien een likje. Weken gingen voorbij. Beschuiten. Cracotten. Merken maakten niet uit.

Zijn lijstje werd groter. Olvarit-patatjes. Knijpzakjes. Frietjes. Kippennuggets. Cracotten. Koekjes die kraken. Chips. Wij waren trots. En toch vroegen we advies aan een diëtiste. Seth kon niet op een groeicurven geplaatst worden want die was niet representatief. Hoe kan het ook anders, Seth volgt zijn eigen curve. En blijf dit vooral zo doen, want hoe intens het soms allemaal kan zijn, we willen je gewoon zoals je bent. Op welke curve je ook staat, wij volgen, pal achter jou!
Nu, vijf jaar later, eet Seth bijna alles. Niet elke dag met evenveel enthousiasme, maar welk kind van zes doet dat wel?
Na ruzies. Na tranen. Na kokhalzen en opnieuw beginnen. Na volhouden, loslaten en weer proberen.
We hebben het toch maar weer eens geflikt.

Als jij dit herkent
Als jij elke avond aan tafel zit met een kind dat niet wil eten. Met een partner die moe is. Met een ander kind dat te vaak in de schaduw staat.
Dan wil ik je dit zeggen: je bent niet alleen.
Het is zwaar. Het duurt lang. Het voelt soms eindeloos. Maar kleine stapjes zijn ook stapjes. Een kusje op een cracker is een overwinning. Beige eten is ook eten.
En jij doet het goed. Ook op de dagen dat het niet zo voelt.

Worstel je met eten bij jouw kind? Of met de balans in je gezin? Je mag me altijd een bericht sturen. Ik luister. Bij mij mag je Vertroosten
Achtergrond: wat is orale aversie?
Voor wie meer wil weten over de medische kant van dit verhaal:
Waarom 6 maanden zo cruciaal is
Tussen 4 en 6 maanden ontwikkelen baby's hun mondmotoriek: het vermogen om te kauwen, te slikken en texturen te verdragen. Dit is een kritieke periode. Wanneer kinderen dit venster missen, kan er orale aversie ontstaan – een diepe angst voor alles wat met eten te maken heeft.
Sondevoeding en hongergevoel
Wanneer voeding rechtstreeks in de maag komt via een sonde, slaat het lichaam het natuurlijke honger- en verzadigingsgevoel over. Een kind leert niet: "Ik heb honger, dus ik moet eten." De connectie tussen een lege maag en de actie van eten wordt nooit gemaakt.
Tactiele gevoeligheid
Veel kinderen met orale aversie hebben ook moeite met texturen op hun huid. De mond is ons meest gevoelige orgaan. Als een kind al moeite heeft met plasticine aan de vingers, is iets onbekends in de mond vaak ondenkbaar. De tastzin en het mondgevoel zijn onlosmakelijk verbonden.
Modeling: leren door kijken
Kinderen leren eten niet alleen door te proeven, maar door te observeren. Door te zien dat mama en papa eten in hun mond stoppen en dat het veilig is. Dit heet modeling en het is krachtiger dan welke oefening ook.
Geschreven in februari 2026
Door: Jolien — Vertroosten.be